De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het tijdschrift iScience.
De ziekte van Parkinson is een progressieve neurodegeneratieve ziekte waarbij dopamine-producerende neuronen geleidelijk afsterven. De ziekte uit zich in trillen, trage bewegingen, spierstijfheid en evenwichtsstoornissen. De diagnose wordt meestal gesteld op basis van klinische symptomen wanneer de veranderingen in de hersenen al aanzienlijk zijn, dus het vinden van vroege en toegankelijke biomarkers blijft een van de belangrijkste medische uitdagingen.
In het nieuwe onderzoek analyseerden wetenschappers haarmonsters van 60 patiënten met deze diagnose en vergeleken deze met die van gezonde mensen van dezelfde leeftijd.
Het meest consistente verschil bleek een lager ijzergehalte te zijn. De patiënten hadden ook lagere kopergehaltes en hogere concentraties mangaan en arseen.
De auteurs merken op dat haar langetermijnveranderingen in het metabolisme van spoorelementen in het lichaam kan weerspiegelen, in tegenstelling tot bloed of speeksel, waar indicatoren onderhevig zijn aan kortetermijnfluctuaties. Dit maakt haaranalyse een potentieel nuttig instrument voor het opsporen van chronische aandoeningen.
Aanvullende experimenten bij muizen hebben aangetoond dat verlaagde ijzergehaltes in het haar geassocieerd zijn met een dysfunctie van de darmen. Dieren met Parkinson-achtige symptomen hadden een verminderde functie van de darmbarrière en een veranderde activiteit van genen die verantwoordelijk zijn voor ijzeropname.
De onderzoekers benadrukken dat het werk voorlopig is en bevestiging vereist in grotere monsters. Op de lange termijn kan het echter voldoende zijn om een haarlok te analyseren om de ziekte vroegtijdig op te sporen.

